“Elektrisch rijden voor vakmannen? Het blijkt gewoon mogelijk.”
Een praktijkvoorbeeld laat zien dat elektrische bussen voor vakpersoneel wél werken
In de verduurzaming van de corporatiesector ligt de nadruk vaak op woningen: isolatie, zonnepanelen, warmtepompen. Maar duurzaamheid stopt niet bij de voordeur. Ook in de bedrijfsvoering is winst te behalen, onder andere in het wagenpark.
Er wordt vaak getwijfeld als het gaat om de overstap naar elektrische voertuigen voor vakmannen. Zorgen over bereik, laadmogelijkheden en rijbewijzen overheersen. De vraag blijft: is het werkbaar in de praktijk?
Bij woningcorporatie Wierden en Borgen – actief in de hele provincie Groningen – werd die vraag serieus genomen. En in plaats van te blijven aarzelen, werd de overstap gemaakt. Inmiddels zijn er bijna twaalf maanden aan ervaringen verzameld. En het antwoord is genuanceerd: ja, het kán – mits de juiste randvoorwaarden worden gecreëerd.
Een kans in plaats van een risico
De overstap naar elektrisch rijden ontstond op het moment dat het bestaande wagenpark toe was aan vervanging. In plaats van alleen dieselbussen werd voor driekwart van de bussen -door de vakmannen zelf- gekozen voor elektrische varianten. Niet persé vanuit ideologie, maar vanuit het besef dat de sector verder moet verduurzamen en dat mobiliteit daarin niet achter kan blijven.
Door deze stap als kans te benaderen in plaats van als risico, ontstond ruimte voor een realistische en gefaseerde invoering. De aanpak werd afgestemd op de praktijk, mét oog voor de zorgen vanuit de werkvloer.
Verwachtingen versus praktijk: wat bleek waar?
Bij de introductie leefden onder vakmensen begrijpelijke zorgen. Vragen over actieradius, gewicht, rijbewijseisen, trekkracht, zicht en ergonomie kwamen naar voren:
- Te weinig actieradius, zeker in de winter of bij rijden met aanhanger
- Te weinig trekkracht op kenteken
- Te zwaar voor rijbewijs B
- Beperkt zicht naar achteren en opzij
- Hoge instap voor bestuurders en laadruimte
Deze bezwaren zijn serieus genomen, onderzocht en – waar mogelijk – aangepakt:
Actieradius
De gemiddelde vakman rijdt 10.000 tot 12.000 km per jaar, oftewel zo’n 50 tot 70 km per dag. De elektrische bussen die zijn aangeschaft hebben een realistische actieradius van ruim 300 km, ook bij wisselende omstandigheden. In de winter is wel sprake van afname (bijvoorbeeld door verwarming of zware belading), maar dit blijk in de praktijk nauwelijks tot knelpunten te leiden. De afgelopen periode bleek de langste rit op één dag ruim 180 kilometer, maar ook hierbij is onderweg laden nog niet nodig. Bovendien komen zulke afstanden maar zelden voor.
Trekkracht en gewicht
De elektrische bussen hebben technisch gezien een trekkracht van 2.500 kg. Echter: op kenteken is de maximale toelaatbare aanhangerlast vastgesteld op 1.500 kg. Voor het merendeel van de gebruikte aanhangers bleek dat voldoende. Wat betreft het gewicht: het eigen gewicht van de bus, gecombineerd met inbouw (ca. 400 kg), gereedschap en materiaal (250 kg) en inzittenden, bleef ruim binnen de marges van rijbewijs B. Extra rijbewijzen bleken dus niet nodig.
Zicht en ergonomie
Het zicht naar achteren werd als beperkt ervaren, mede door de huisstijl-geperforeerde ‘see-through’-stickers op de achterruit. Hoewel een achteruitrijcamera aanwezig is, kan die tijdens het rijden niet geactiveerd worden. Het zijzicht werd belemmerd door een klein en te hoog geplaatst raam in het tussenschot, vooral voor kleinere chauffeurs. Deze is bij meerdere bussen inmiddels aangepast. Ook het hoge instapniveau werd als ongemak benoemd. Voor sommige modellen zijn oplossingen in voorbereiding, zoals zijbars met een opstap – al bleek betaalbare aftermarket-uitrusting nog beperkt beschikbaar voor deze nieuwe modellen.
Laadinfrastructuur: thuis, op de zaak en onderweg
Naast de bus zelf was laden een belangrijk punt van zorg. Hier golden uiteenlopende situaties:
- Lang laden op de zaak of onderweg
- Geen mogelijkheid tot thuisladen (bijv. bij appartement of huurhuis)
- Onvoldoende stroomcapaciteit of oude meterkast
- Grote bus past niet op eigen oprit of veroorzaakt verzakking
Hoewel er geen laadpaal werd geplaatst bij de werkplaats (vanwege toekomstige verhuizing), werd voor elke berijder individueel gekeken naar thuisladen. In de meeste gevallen is dit gerealiseerd, inclusief installatie op paal of muur, graafwerk en verzwaring van de aansluiting. De extra kosten en verhoogde energielasten worden volledig vergoed door de corporatie. Schade aan de oprit door het zware voertuig wordt bij einde dienstverband hersteld.
Voor vakmensen waarbij thuisladen niet mogelijk was, wordt gebruikgemaakt van openbare laadpalen of laden op het werk. Alle afspraken over laden en vergoedingen zijn vastgelegd in een HR-document dat door alle betrokkenen is ondertekend.
Kosten: meer dan alleen aanschaf
De overstap naar elektrische voertuigen brengt hogere aanschafkosten met zich mee. Toch blijkt het totale kostenplaatje gunstiger wanneer naar het geheel wordt gekeken.
- De kosten per kilometer liggen lager door goedkopere energieprijzen.
- Onderhoud is goedkoper: elektrische voertuigen hebben minder bewegende delen en minder slijtagegevoelige componenten.
- Er is gebruikgemaakt van landelijke subsidieregelingen (zoals SEBA, MIA en Vamil), waardoor de investeringsdrempel werd verlaagd.
Over de gehele looptijd van de voertuigen wordt een kostenneutraal tot licht positief financieel resultaat verwacht, met daarnaast de besparing van duizenden kilo’s CO₂ per bus per jaar.
Lessen uit de praktijk
Uit het traject zijn waardevolle lessen te trekken die relevant zijn voor andere woningcorporaties:
- Begin klein en leer al doende – Zo blijven knelpunten beheersbaar en bijsturing mogelijk.
- Luister naar de gebruikers – Bezwaren vooraf bleken reëel, maar zijn op te lossen als je deze serieus neemt.
- Kijk niet alleen naar de bus, maar naar het hele systeem – Denk aan laadoplossingen, parkeermogelijkheden, meterkasten en vergoedingen.
- Documenteer alles goed – Door duidelijke afspraken vooraf ontstaat vertrouwen.
- Accepteer dat niet alles vlekkeloos verloopt – Maar bijna alles bleek werkbaar met de juiste instelling.
Tot slot: het kán dus echt
De overstap naar elektrische voertuigen voor vakmensen is geen toekomstmuziek meer, maar dagelijkse praktijk. Wierden en Borgen laat zien dat met een goede voorbereiding, oog voor de werkvloer en een stapsgewijze aanpak, de omschakeling prima uitvoerbaar is.
De zorgen over bereik, zicht, gewicht en laden bleken in veel gevallen terecht, maar bleken niet onoverkomelijk. De oplossing zit in maatwerk, meebewegen en duidelijke communicatie.
Voor corporaties die twijfelen: het kán dus echt. Mits je bereid bent te investeren in de randvoorwaarden – en vooral in de mensen die ermee moeten werken.








